‘Zonder ambulante begeleiding zou het met Inge lang niet zo goed gaan’

De achtjarige Inge van Velzen uit Heiloo heeft het syndroom van Williams, een chromosoomafwijking waardoor zij zich onder meer lastig kan concentreren, een overgevoelig gehoor heeft, gevaren slecht inschat en moeite heeft met ruimtelijk inzicht. Tegelijkertijd is ze opvallend sociaal en taalvaardig, zelfs als ze niet altijd begrip heeft van de woordbetekenis. Haar ouders, Sander en Marian van Velzen, stonden vijf jaar geleden voor de keuze Inge het speciale onderwijs te laten volgen of naar een reguliere school in de buurt te sturen.

Marian: ‘We hebben er voor gekozen om te beginnen op een reguliere basisschool. Toen Inge drie jaar was, zijn we daarom al gaan praten met de reguliere school in Heiloo. Vanaf het begin in de kleuterklassen kreeg zij extra ondersteuning. Sinds groep 3 komt er iedere ochtend een ambulant begeleider naar de klas om haar extra instructie en begeleiding te geven. Dat werkt uitstekend. Ze gaat goed vooruit.’


Veel geleerd

Als hoogtepunt in de schoolcarrière noemt Marian het wapenfeit dat Inge heeft leren lezen en schrijven. ‘Yes! Dat heeft ze toch maar mooi even geleerd. Dat was wel een mijlpaal hoor. Ze kan zich nu beter concentreren en daardoor ook beter zelfstandig werken.’ Marian is ervan overtuigd dat dit zonder extra begeleiding absoluut niet was gelukt. ‘Waar de een na zeven keer instructie de lesstof onder de knie heeft, heeft Inge bij wijze van spreken 21 keer uitleg nodig. Ze is ook snel afgeleid. ‘Als ze naar het toilet gaat gebeurt het regelmatig dat ze onderweg allerlei interessante onderwerpen ziet en er daardoor niet aan denkt om terug te gaan naar de klas.’

Iedere zes tot acht weken overleggen Sander en Marian met de intern begeleider van de school, de leerkracht, de onderwijsassistent en de ambulant begeleider over de voortgang van het handelingsplan, dat jaarlijks voor hun dochter wordt opgesteld. Houdt Inge de leerstof voldoende bij, vindt ze voldoende aansluiting bij medeleerlingen, hoe staat het met de cognitieve resultaten, de sociaal-emotionele ontwikkeling? Alles wordt met strakke regelmaat tegen het licht gehouden om te bezien of de doelen worden behaald, of er nog zaken verbeterd kunnen worden én of Inge op school nog lekker in haar vel zit . Marian: ‘Dat laatste is heel belangrijk, maar wat ons betreft niet zaligmakend. De vorderingen op school vinden wij van even groot belang. Het is een continue afweging hoe een zo optimaal mogelijke leeromgeving voor Inge gemaakt kan worden. Hierbij wordt naast alle initiatieven op de reguliere basisschool ook gekeken naar het speciale onderwijs. ‘Uiteindelijk zal Inge zelf, hoe goed de begeleiding en leeromgeving ook is, het leren moeten leren.’

 

Deel |